VLD trekt op 10 juni naar de kiezer met een nieuwe naam: Open VLD.
Dat partijen enkel vernieuwen wanneer het slecht gaat, is geweten.
Dat het slecht gaat met VLD is niet verwonderlijk: de balans van 8 jaar paars is in één woord ‘negatief’ te noemen: slechte prijs/kwaliteit-verhouding met recordbelastingsdruk en falende prestaties op kerntaken als financiën en justitie. De 'liberalen' kunnen de mensen niet voor de gek blijven houden. Door allerlei campagnetrucs zoals de nieuwe naam proberen ze de aandacht dan ook weg te trekken van de essentie: het beleid.
De campagne voor die verkiezingen werd door de Vlaamse liberalen al heel snel ingezet met de lancering van het vierde burgermanifest van Guy Verhofstadt.
Verhofstadt brengt in zijn boek heel wat ideeën over hoe het zou moeten, van de man die de afgelopen 8 jaar de kans gehad heeft het ook effectief te doen komt dit echter niet geloofwaardig over.
Wie zijn ideeën niet om kan zetten in effectief beleid, blijft met niet meer over dan luchtbellen.
De man die de luchtbellen van Verhofstadt aan de man moet brengen is Noël Slangen.
Eens was hij de man achter de campagnes van VLD, tegenwoordig is hij er de grote baas. Een partij waar zelfs de voorzitter, Bart Somers, minder te zeggen heeft dan de “strategische manager” is allesbehalve nog een democratische partij te noemen.
Dat VLD vergeten is waar de D in haar naam voor staat werd al meerdere malen duidelijk, tegenwoordig lijken de liberalen eerder de lijst Verhofstadt.
Slangen beweerde vroeger liever voor kandidaten te werken dan voor partijen, bij zijn huidige werkgever vormt dat helemaal geen probleem: VLD is tegenwoordig een partij die enkel nog bestaat voor één man.
Alles zal er de komende maanden dan ook aan gedaan worden om Verhofstadt in de Wetstraat 16 te houden.
Dat het niet zomaar zal lukken blijkt duidelijk uit de peilingen.
Met de nieuwe naam is VLD dan ook aan haar zoveelste vernieuwingsoperatie begonnen.
In 1992 beweerde Noël Slangen nog over de toenmalige vernieuwingsoperatie van VLD dat hij ze nooit zou kunnen verkopen. “Enkel vlag en geen inhoud, een zeepbel”, dixit Slangen.
Vandaag is Slangen niet enkel de man die de zeepbel verkoopt, hij mag ze mee creëren. De strategisch manager van een partij waarover hij in 1992 nog beweerde totaal geen affiniteit mee te hebben.
Affiniteit is voor reclamejongens blijkbaar niet nodig om iets te kunnen verkopen.
Politiek en de toekomst van ons land draait echter niet om reclame, om wie zich het best kan verkopen. Een duidelijk programma, een goed alternatief, daar hebben we nood aan. Laat Slangen maar de luchtbellen van Verhofstadt proberen te verkopen, met CD&V gaan we niet voor de verpakking maar de inhoud. Laten we de paarse zeepbellen doorprikken en eindelijk terug aan het werk gaan. Daar heeft ons land nood aan.