|
|
 |
Rerum Novarum 8 mei 2005 |
Beste vrienden,
Deze week ontmoette ik in Bellegem een vrouw in tranen, ongelukkig over haar werksituatie. Deze week kreeg ik een mail van een man die zich onheus behandeld voelt op het werk. Deze week las ik over het discrimineren van verenigingen vanuit het enge winstdenken door een overheidsbedrijf.
Er is nog veel werk voor de christelijke arbeidersbeweging.
Beste ACW-vrienden en –sympathisanten van Bellegem en Kooigem,
Van harte welkom op deze jaarlijkse Rerum Novarum–viering, de hoogdag van de christelijke arbeidersbeweging. In heel Vlaanderen herdenken we vandaag de verwezenlijkingen van meer dan honderd jaar sociale strijd, jaren waarin onze voorgangers zoveel hebben gerealiseerd. Tegelijk staan we stil bij het feit dat die strijd voor meer sociale rechtvaardigheid nog niet ten einde is, dat er ons nog veel sociale uitdagingen te wachten staan, niet alleen dichtbij huis in Vlaanderen, maar ook elders in de wereld.
In de eerste plaats drukken we op Rerum Novarum onze waardering uit voor de vele duizenden vrijwilligers die zich inzetten voor een betere samenleving. In de vele verenigingen binnen onze koepel, op zovele domeinen, zetten zij nog elke dag van het jaar de sociale strijd om in de praktijk. Of het nu binnen de vakbond is, binnen ziekenzorg of in de jongerenbeweging of een andere geleding is, het uitgangspunt blijft hetzelfde, nl. zich belangeloos inzetten voor een betere en sociale wereld. Daarom zeg ik u vandaag: dank u aan al die vrijwilligers, voor die tomeloze inzet, voor die vele opgeofferde vrije uren, en dat allemaal voor de goede zaak: opdat er meer samen-leven in de samen-leving is.
Alle vrijwilligers, waar ook actief om ons gezamenlijk ideaal voor een meer solidaire samenleving, verdienen onze steun en medewerking. Nochtans was er een tijd waarin men niet zo hoog opliep met al die vrijwilligers. Het middenveld was niet meer nodig, luidde het enkele jaren terug vanuit de liberale leiders van het land. Die tijd is gelukkig alweer voorbij. Alsmaar meer mensen uit de politiek, de wetenschap, het bedrijfsleven, de media zien, erkennen en waarderen deze inzet. Meer en meer wordt beklemtoond dat onze verenigingen onmisbaar zijn voor het sociale weefsel van de maatschappij. Omdat wij kansen geven aan de mensen om elkaar terug te ontmoeten, op een eetfestijn, tijdens een kaartnamiddag en sedert vandaag ook aan de petanquebaan hier in Bellegem. Omdat wij op die manier aandacht schenken aan iedere mens, aan zijn zorgen en bekommernissen. Omdat wij, elk op onze eigen manier, zo een dam opwerpen tegen de alsmaar verder oprukkende vereenzaming en het groeiende egoïsme.
Ik kan u overigens meedelen dat wij gisteren in het parlement eindelijk het statuut voor de vrijwilligers hebben goedgekeurd. Dit statuut is iets waar wij met CD&V al lang op hameren. En wat nu wet wordt is volledig gebaseerd op een CD&V/ACW-voorstel, men heeft het enkel wat ontvet vanuit de meerderheid, maar voortaan zal de vrijwilliger wettelijk veel beter beschermd worden. Indien er bij het vrijwilligerswerk bijvoorbeeld iets misloopt, dat kan altijd gebeuren, bijvoorbeeld een brand als u een etentje organiseert, zal de vrijwilligersorganisatie juridisch beter beschermd worden tegen eventuele schadeclaims. Indien u een onkostenvergoeding ontvangt, hoeft u geen problemen met de fiscus meer te vrezen. Ook voor uitkeringstrekkers verandert een en ander: vroeger moesten zij bergen formulieren en aanvragen indienen om als vrijwilliger mee te helpen. Deden ze dit niet, riskeerden ze hun uitkering te verliezen. Nu zal dit kunnen zonder al die administratieve rompslomp.
Soms vraagt men mij: "Is het ACW nog wel nodig? De sociale verzorgingsstaat is toch een feit, iedereen leeft in rijkdom? Waarom nog die strijd?" Wel beste vrienden, zoveel jaren na Rerum Novarum zijn we er nog altijd niet. Inderdaad, er is veel veranderd de laatste 100 jaar, maar nieuwe uitdagingen zijn in de plaats gekomen. Mensen uit de laagste inkomensklassen hebben nog altijd moeite om hun kinderen naar universiteit of hogeschool te zenden. Laaggeschoolden vinden sneller de weg naar het stempellokaal dan naar een fatsoenlijke job. Duizenden jonge gezinnen vinden geen stukje betaalbare bouwgrond in eigen streek en staan daarom op een wachtlijst voor een sociale woning. Om die uitdagingen aan te gaan, daarom is het ACW nog altijd broodnodig!
Die grote thema's moeten daarom dringend weer bovenaan de politieke agenda komen, en niet alleen de splitsing van één of ander kiesarrondissement of de politieke carrière van een handvol politici. Een betaalbare sociale zekerheid, het opvangen van de vergrijzingskosten, het debat over de loopbaan, niet alleen het einde van de loopbaan, dat telt echt voor de bevolking, daarmee zijn de mensen echt bezig en daarover moet in het parlement gedebatteerd worden.
Gisteren werden de laatste werkloosheidscijfers bekend gemaakt. Vergeleken bij april vorig jaar zijn er alweer 6% nieuwe werklozen bijgekomen, dat brengt het totaal op 440.000 mensen die geen werk vinden. Zelfs een diploma aan universiteit of hogeschool is nu geen garantie meer voor een job. Voor laaggeschoolden is het nog veel moeilijker. Nochtans is voldoende werkgelegenheid de eerste voorwaarde om een sociale politiek te voeren, we moeten ons daar goed van bewust zijn. Alleen door meer werk kunnen we de sociale zekerheid gezond houden. De overheid moet daarom dringend opnieuw daadkracht tonen, en nieuw leven in onze economie pompen door gerichte investeringen.
Een debat dat nu volop in de actualiteit staat, is het vergrijzingsdebat. De bevolking veroudert alsmaar, en heel wat mensen vrezen voor de toekomst van onze sociale zekerheid. Laat ons in de eerste plaats trots zijn op die vergrijzing en het vergrijzen van de bevolking op zich niet als een probleem benaderen. Het feit dat uw en mijn generatie een langer, gezonder en aangenamer leven hebben dan dat van onze ouders en grootouders, komt er mede door de strijd van onze beweging voor meer sociale rechtvaardigheid en zorg.
Maar inderdaad, die vergrijzing zal de sociale zekerheid onder druk zetten. Er moeten immers meer pensioenen uitbetaald worden, en ook in de gezondheidszorg zullen er meer kosten zijn. "Hoe gaan we dat allemaal betalen?" vragen veel mensen zich terecht af. In de eerste plaats zal de overheid goed op haar budget moeten letten en de staatsschuld verder afbouwen. Jean-Luc Dehaene is hiermee nog begonnen in moeilijke tijden. De laatste jaren werden de overschotten echter gebruikt voor allerlei folietjes. Hierdoor werd de kans gemist om de staatsschuld verder af te bouwen. Het Zilverfonds moet dus dringend gespijsd worden.
Maar het is vooral de creatie van meer jobs die de sociale zekerheid zal moeten redden. Meer mensen aan het werk. 200.000 nieuwe jobs beloofde Verhofstadt. Wel, meneer de premier, waar blijven ze? Of nog gemakkelijker: wanneer gaat u daar het debat over aan ?
Ook de eindeloopbaanproblematiek komt hierbij in het vizier. Dit zorgt voor heel wat schrik in syndicale middens. Zullen we met zijn allen langer moeten werken, om alles betaalbaar te houden? Zal het brugpensioen sneuvelen? Het ACW stelt daarbij terecht dat in de eerste plaats meer jongeren en allochtonen aan het werk moeten, vooraleer de oudere werknemers verplicht worden langer te blijven werken.
Maar toch mogen we deze discussie niet uit de weg gaan. Daarbij telt echter niet alleen het einde van de loopbaan, maar het volledige traject. Ik denk daarbij aan een bouwvakker die van zijn 16de in de stiel zit. Welke politicus is zo hardvochtig om die bouwvakker het recht op brugpensioen aan 55 te ontzeggen? Het is de volledige loopbaan die telt, het aantal jaren dat men gepresteerd heeft en welk soort arbeid men verricht heeft. Wie tot zijn 25ste naar de universtiteit ging, kan moeilijk verwachten om er op zijn 55ste alweer uit te stappen. Het is trouwens door een langere loopban te bepleiten, dat er ruimte is voor de invulling van tijdskredieten voor zorg en vorming.
In dat verband mogen ook niet alleen de cijfertjes tellen, het is ook de kwaliteit van de arbeid die telt. Vandaag de dag worden werknemers vaak uitgeperst als een citroen. Ze stressen iedere dag op kantoor of in de montagehal, spurten daarna naar de kinderkribbe achter hun kroost en liggen 's avonds uitgeteld voor de televisie. Geen wonder dat ze op hun 50ste snakken naar het brugpensioen. Nogmaals, de hele loopbaan zal in vraag moeten gesteld worden. Er zullen voldoende momenten van scholing en vorming voorzien moeten worden. Mensen moeten de kans krijgen om de arbeid met hun gezin te combineren.
Laat ons hopen dat we dit debat zo snel mogelijk kunnen beginnen, zodat we de nodige maatregelen kunnen nemen. Alleen zo kan een goede en betaalbare sociale zekerheid gegarandeerd worden voor iedereen. Er zal in ieder geval veel solidariteit over de generaties heen nodig zijn.
Die solidariteit moeten we niet enkel in eigen land nastreven. Ook op Europees en wereldvlak is meer solidariteit en sociale rechtvaardigheid nodig. Laat het ons nog maar eens duidelijk zeggen: wij zijn voorstander van een krachtig Europees project. Een sterke Europese constructie is broodnodig om aan onze werknemers een stem te geven in een wereldeconomie. Mensen vragen me soms bezorgd hoe om te gaan met die vele faillissementen en het jobverlies. Ik denk dat een belangrijk deel van het antwoord ligt in het leren kennen van de globaliseringsbeweging. Globalisering betekent de zaken organiseren op wereldschaal, we zouden er lang kunnen over doorgaan, maar ik wil enkel zeggen dat meer dan 60% van onze regels en wetten die onze welvaart en welzijn bepalen, geregeld worden op internationaal niveau. De blik moet absoluut verruimd worden. Het is de hoogste tijd dat we met zijn allen meer inspanningen doen om te begrijpen hoe er op wereldniveau beslist wordt en wie daarvoor verantwoordelijk is.
De logica van de liberalen over de wereldordening is zeer eenvoudig: de sterkste wint. Wie er dus in slaagt op kap van de werknemers – van de gewone mensen- een economie uit te bouwen die het meest winst oplevert, heeft de toekomst in handen. Maar zo zien wij de zaken niet. Economie moet in dienst staan van de mens. De markt moet bijgestuurd worden vanuit sociale bekommernissen. Daarom ook is er onze actie met Wereldsolidariteit: om méér sociale zekerheid in de wereld te realiseren, want stappen zetten naar meer sociale zekerheid op wereldvlak zijn haalbaar en worden nu al gezet. Onze partners in het Zuiden bewijzen dat nu al: vakbonden en sociale organisaties ijveren daar nu al voor goede en betaalbare gezondheidszorg, zoeken nu al naar oplossingen om mensen via kleine arbeidscircuits toch aan het werk te krijgen, enz. En dat willen we verder ondersteunen met de lentecampagne van Wereldsolidariteit. Financiële hulp blijft immers nodig om bewegingen ter plekke verder uit te bouwen, om acties op te zetten.
Dames en heren, Beste vrienden,
Samen moeten we proberen te werken aan een betere maatschappij met meer solidariteit en rechtvaardigheid. Als politicus probeer ik elke dag aan die droom mee te werken. Dit zal echter alleen slagen indien iedereen meewerkt. Daarom dank ik u nogmaals voor uw blijvende inzet.
Ik hoop dat de vrouw waarover ik in de inleiding sprak de glimlach terugvindt, dat de persoon die getuigde over discriminatie op het werk, weer geluk kan vinden in zijn arbeid, dat de verenigingen voldoende appreciatie kennen.
We werken verder.
Dank voor uw aandacht.
|
|
|